De negen dynamieken achter het ontstaan van een nieuwe werkelijkheid
- Carla de Ruiter

- 2 dagen geleden
- 8 minuten om te lezen

We besteden opmerkelijk veel tijd aan verandering en weten nog maar weinig over hoe iets werkelijk nieuws ontstaat. We maken strategieën, bouwen ondernemingen, starten bewegingen, ontwikkelen innovaties en proberen organisaties mee te krijgen in een toekomst die we belangrijk vinden. Zeker leiders en ondernemers met een betekenisvolle missie kennen die ervaring: je ziet iets wat er nog niet helemaal is, maar waarvan je diep vanbinnen weet dat het er zou móéten zijn. En dan begint het ingewikkelde deel. Want hoe wordt een idee, een verlangen of een eerste experiment uiteindelijk een werkelijkheid die zichzelf kan dragen?
Die vraag houdt mij al langere tijd bezig. In mijn werk met leiders en ondernemers begon ik steeds vaker dezelfde patronen te herkennen. De inhoud verschilde, de context was anders en soms ging het over een organisatie, soms over een onderneming en soms over een veel grotere maatschappelijke ontwikkeling. Toch leek onder al die verschillen een vergelijkbare beweging schuil te gaan.
Daaruit ontstond deĀ Human Coherence CodesĀ® ā Theory of Coherent Emergenceā¢.
De theorie beschrijft negen dynamieken die zichtbaar worden wanneer een nieuwe werkelijkheid zich begint te vormen. Wat mij daarin vooral fascineert, is dat emergentie daarmee minder ongrijpbaar wordt. Het nieuwe verschijnt niet zomaar op een ochtend omdat de tijd er toevallig rijp voor was. Er gaat een ontwikkeling aan vooraf waarin spanning, vernieuwing, verbinding, leren en vooral toenemende coherentie een nieuwe werkelijkheid geleidelijk mogelijk maken. Dit zou weleens onze kijk op verandering en transformatie drastisch kunnen veranderen.
We zien de doorbraak, maar zelden wat eraan voorafging
Achteraf zijn we vaak dol op kantelpunten. We wijzen het moment aan waarop een technologie doorbrak, een onderneming ineens groeide of een maatschappelijke ontwikkeling niet langer te negeren was. Het geeft ons het prettige gevoel dat verandering zich laat dateren. Maar is dat wel zo?
Kijk eens naar de ontwikkeling van AI. Voor veel mensen leek AI enkele jaren geleden ineens ons dagelijks leven binnen te wandelen. Maar de ontwikkeling kent een voorgeschiedenis van ongeveer zeventig jaar, met perioden van grote verwachtingen, teleurstelling, nieuwe ontdekkingen en technologische ontwikkelingen die uiteindelijk bij elkaar kwamen. Wat wij als doorbraak ervaren, is vaak het zichtbare moment van een veel langere ontwikkeling.
In mijn eerste artikelĀ voor de serieĀ De Grote VerschuivingĀ in Pioniers Magazine heb ik dit proces uitgebreider beschreven vanuit de Theory of Coherent Emergenceā¢. Daarin onderzoek ik hoe een ontwikkeling zich al kan vormen lang voordat wij haar als verandering herkennen. De theorie maakt negen opeenvolgende dynamieken zichtbaar, van de eerste spanning in het bestaande systeem tot het moment waarop een nieuwe werkelijkheid zelf aantrekkingskracht begint uit te oefenen.
Juist het gebied tussen die eerste spanning en de uiteindelijke doorbraak interesseert mij omdat daar een groot deel van het pionierswerk plaatsvindt.
De negen dynamieken van coherente emergentie
Een nieuwe ontwikkeling begint vaak op een plek waar we haar niet verwachten: bij wat niet meer klopt. Eerst ontstaat er spanning. Een werkwijze die jarenlang goed functioneerde, begint energie te kosten. Problemen blijven terugkomen. Klanten stellen andere vragen. Medewerkers haken af op iets wat vroeger vanzelfsprekend werd gevonden. Een ondernemer merkt dat het bestaande businessmodel financieel misschien nog werkt, maar niet langer overeenkomt met de bedoeling waarmee de onderneming ooit begon.

Binnen de Theory of Coherent Emergence⢠noem ik dit Tension Signals.
Die spanning is interessant omdat we haar meestal als probleem behandelen. We willen haar oplossen zodat het systeem weer kan functioneren. Maar soms wil het systeem helemaal niet terug naar functioneren zoals het deed. De spanning kan juist het eerste signaal zijn dat de bestaande vorm te klein is geworden voor wat zich probeert te ontwikkelen.
Daarna verschijnen Novelty Signals. Dat zijn nieuwe ideeën, initiatieven, werkwijzen of mensen die nog niet helemaal passen. Ze kunnen onpraktisch of prematuur lijken. Omdat we ze beoordelen vanuit de werkelijkheid die al bestaat, herkennen we niet altijd dat ze misschien informatie bevatten over een werkelijkheid die nog moet ontstaan.
Wanneer zulke initiatieven elkaar beginnen te vinden, verschijnen Network Signals. Mensen herkennen iets in elkaars ideeën. Verbindingen ontstaan soms buiten de formele structuren om. Een ondernemer ontdekt iemand in een totaal andere sector die vanuit een vergelijkbare bedoeling werkt. Binnen een organisatie blijken mensen op verschillende plekken met verwante vraagstukken bezig te zijn zonder dat zij dat van elkaar wisten.
Dan kan iets wezenlijks gebeuren. Er ontstaatĀ coherentie.
Losse ontwikkelingen beginnen zich tot elkaar te verhouden. Er ontstaat een gedeelde betekenis zonder dat iedereen hetzelfde hoeft te denken. Die verschillen verdwijnen niet, maar krijgen een plek binnen een groter geheel.
Dat is voor mij een van de belangrijkste ontdekkingen binnen de theorie:Ā het nieuwe krijgt niet alleen kracht doordat er meer vernieuwing ontstaat, maar doordat er meer samenhang ontstaat tussen wat er al in ontwikkeling is.
Misschien hebben we helemaal geen gebrek aan innovatie
Dat zet onze gebruikelijke kijk op vernieuwing behoorlijk op zijn kop. We spreken voortdurend over innovatie. Organisaties starten programmaās, ondernemers ontwikkelen nieuwe concepten en overal verschijnen pilots, communities, platforms en experimenten. Onze samenleving produceert waarschijnlijk meer nieuwe ideeĆ«n dan ooit.
Een ondernemer kan een prachtige betekenisvolle missie hebben, maar wanneer die bedoeling niet verbonden raakt met klanten, partners, financiering, werkwijzen en de dagelijkse werkelijkheid van de onderneming, blijft zij kwetsbaar.
Coherentie betekent binnen mijn theorie overigens niet dat alles harmonieus wordt. Een levend systeem heeft verschil en spanning nodig. Coherentie ontstaat wanneer die verschillen zich zó tot elkaar kunnen verhouden dat er nieuwe ontwikkelruimte ontstaat.
Van samenhang naar een werkelijkheid die kan blijven bestaan
Met coherentie is het proces nog niet voltooid. Een nieuwe mogelijkheid moet kunnen leren. Daar verschijnen Learning Signals. Het nieuwe wordt uitgeprobeerd en ontmoet de werkelijkheid. Sommige ideeën blijken levensvatbaar, andere moeten veranderen of verdwijnen. Dat vraagt van pionierende leiders en ondernemers een opmerkelijk vermogen om niet te snel verliefd te worden op de vorm waarin hun oorspronkelijke idee verscheen.
Wanneer er voldoende geleerd is en de nieuwe ontwikkeling steeds meer draagkracht krijgt, komenĀ Threshold SignalsĀ in beeld. Er ontstaat een drempel. Het nieuwe kan niet langer worden weggezet als een interessant experiment aan de rand. Tegelijk neemt juist dan vaak de spanning toe, omdat bestaande belangen, rollen en zekerheden worden geraakt.
Daarna volgenĀ Integration Signals. Het nieuwe moet een plek krijgen in structuren, middelen, besluiten en dagelijkse processen. Dit is een uiterst kwetsbare fase. Wie het nieuwe namelijk te snel vastzet, kan precies datgene verstikken wat het vernieuwend maakte. Wie niets organiseert, houdt een ontwikkeling afhankelijk van de energie van een paar pioniers. Veel betekenisvolle initiatieven stranden volgens mij ergens in dat gebied omdat pionieren en verankeren om verschillende kwaliteiten vragen.
Daarna verschijntĀ Embodiment. De nieuwe werkelijkheid wordt niet langer alleen beschreven in een visie, missie of strategiedocument, maar wordt zichtbaar in gedrag en dagelijkse keuzes. Mensen hoeven niet voortdurend verteld te worden waar de organisatie voor staat. De bedoeling is onderdeel geworden van hoe zij handelt.
En uiteindelijk kan iets ontstaan wat ik binnen de theorie eenĀ Evolutionary AttractorĀ noem.
Het nieuwe begint dan zelf aantrekkingskracht uit te oefenen. Mensen willen ergens bij horen. Diverse middelen beginnen zich eromheen te organiseren. Nieuwe verbindingen ontstaan met meer gemak. De ontwikkeling hoeft niet langer voortdurend vooruitgeduwd te worden, omdat er iets is ontstaan dat zelf richting geeft.
Coherentie verandert ook onze relatie met tijd
Tijdens het ontwikkelen van de theorie kwam ik nog iets tegen wat ik aanvankelijk niet had voorzien. We meten ontwikkeling vrijwel altijd in chronologische tijd. Hoeveel maanden zijn we bezig? Wanneer zien we resultaat? Wanneer wordt de investering terugverdiend? Wanneer is de transitie voltooid? Maar twee ondernemingen kunnen allebei drie jaar aan iets nieuws werken en zich op totaal verschillende punten in hun ontwikkeling bevinden.

Daarom onderscheid ik binnen de Theory of Coherent Emergence⢠naast chronologische tijd ook ontwikkeltijd, coherentietijd en Kairostijd.
Ontwikkeltijd zegt iets over waar een ontwikkeling zich daadwerkelijk bevindt. Coherentietijd gaat over de snelheid waarmee betekenisvolle samenhang groeit. Kairostijd verwijst naar het moment waarop omstandigheden zó bij elkaar komen dat een beweging die eerder weinig effect had ineens een doorbraak kan veroorzaken.
Vooral coherentietijd leidde mij naar een principe dat ik deĀ Law of Coherent Accelerationā¢Ā ben gaan noemen.
De snelheid waarmee een nieuwe werkelijkheid ontstaat, wordt niet primair bepaald door hoeveel tijd er verstreken is, maar door de mate waarin coherentie zich binnen het systeem ontwikkelt. Waar coherentie groeit, beginnen mensen, ideeƫn, middelen en bedoeling elkaar te versterken. Er lekt minder energie weg. Er ontstaat aantrekkingskracht en daardoor kan een ontwikkeling die jarenlang nauwelijks zichtbaar was ineens versnellen.
De doorbraken die we zien gebeuren waren er gewoon niet plotseling. Het was al veel langer aan het gebeuren.
Wat digitaal bewustzijn mij vervolgens liet zien
In het tweede artikel vanĀ De Grote VerschuivingĀ heb ik de theorie toegepast op de ontwikkeling van digitaal bewustzijn in Nederland. Juist daar werd het onderscheid tussen activiteit en coherentie interessant.
Rond AI en digitalisering is er enorm veel in beweging. We experimenteren, investeren en ontwikkelen. De technologie dringt in hoog tempo door in organisaties en ondernemingen. Maar al die beweging betekent nog niet dat er al een nieuwe werkelijkheid is.
Uit die analyse kwam een opvallend beeld naar voren: de ontwikkeldynamiek rond digitaal bewustzijn is groot, terwijl de kracht om die ontwikkeling werkelijk verder te brengen relatief beperkt blijft. De ontwikkeling lijkt daarmee op een punt te zijn aangekomen waarop niet nóg meer technologie de doorslag hoeft te geven, maar juist de vraag hoe technologie, menselijkheid, verantwoordelijkheid en gezamenlijke betekenis met elkaar verbonden raken.
Dat is een fascinerend gegeven omdat dit geldt voor heel veel vraagstukken van deze tijd. We beschikken over ongelooflijk veel kennis, technologie, ondernemerschap en creativiteit. De volgende stap ligt mogelijk minder in het toevoegen van nóg meer mogelijkheden en meer in ons vermogen om dat wat er al is tot een betekenisvol geheel te verbinden.
Wat dit vraagt van pionierende leiders en ondernemers
Daarmee verandert ook mijn beeld van pionieren. Een pionier is niet alleen degene die als eerste iets nieuws bedenkt of een onbekend pad betreedt. In een wereld waarin voortdurend nieuwe ideeƫn ontstaan, wordt een andere kwaliteit minstens zo belangrijk: het kunnen herkennen welke ontwikkelingen werkelijk toekomstkracht bezitten en welke verbindingen nodig zijn om die ontwikkeling levensvatbaar te maken.
Voor ondernemers met een betekenisvolle missie is dat wezenlijk. Een missie is niet alleen een mooi geformuleerde bedoeling aan het begin van een onderneming. Zij krijgt pas werkelijk kracht wanneer zij coherentie begint te creƫren tussen wat je wilt bijdragen, hoe je onderneemt, met wie je samenwerkt, welke keuzes je maakt en welke werkelijkheid daardoor rondom de onderneming kan ontstaan.
Voor leiders geldt iets vergelijkbaars. Hun rol verschuift wanneer een ontwikkeling fundamenteel nieuw is. Dan bestaat de toekomst nog niet als een eindbeeld dat simpelweg kan worden uitgerold. Leiderschap gaat dan ook over het waarnemen van wat zich aandient, het beschermen van betekenisvolle vernieuwing en het creƫren van omstandigheden waarin samenhang kan groeien.
Daar raakt de Theory of Coherent Emergence⢠aan het werk van Otto Scharmer. In Theory U beschrijft hij het vermogen om leiding te geven vanuit een toekomst die zich begint aan te dienen. Zijn werk verlegt de aandacht van reageren vanuit bestaande patronen naar het waarnemen van wat probeert te ontstaan.
De Theory of Coherent Emergence⢠voegt daar voor mij een andere vraag aan toe: kunnen we ook herkennen hoe ver dat nieuwe inmiddels is?
Welke signalen vertellen ons dat spanning werkelijk ontwikkelpotentieel bevat? Wanneer beginnen losse vernieuwingen een netwerk te vormen? Wanneer groeit coherentie? Wanneer nadert een drempel? En wanneer is het nieuwe voldoende ontwikkeld om daadwerkelijk te worden geĆÆntegreerd en geleefd? Echt voorspellen kunnen we niet, maar we kunnen wel beter waarnemen wanneer er een doorbraak komt en waar we rekening mee moeten houden.
Het nieuwe is misschien al veel dichterbij
Sinds ik vanuit deze negen dynamieken naar organisaties, ondernemingen en maatschappelijke ontwikkelingen kijk, ben ik verandering anders gaan zien. Ik kijk minder naar het spectaculaire moment waarop iets doorbreekt en meer naar wat daaraan voorafgaat.
Het kan zijn dat een spanning maar niet verdwijnt. Of iemand komt met een klein initiatief dat nog nergens in past. Het begint met mensen die elkaar ineens vinden. Of woorden die op verschillende plekken tegelijk opkomen. Of een idee dat ineens viraal gaat op social media. Daar kan allemaal iets nieuws uit komen.
Tegelijkertijd is net als in mijn moestuin. Niet ieder zaadje wordt een nieuwe plant. Er kan iets mislukken. Niet iedere vernieuwing verdient navolging en niet iedere spanning kondigt een doorbraak aan.
Maar wanneer spanning, vernieuwing, verbinding, leren en coherentie zich steeds sterker tot elkaar gaan verhouden, gebeurt er iets wat onze aandacht verdient. Dan zijn we getuige van het ontstaan van een werkelijkheid die er gisteren nog niet was.
Het nieuwe is al veel dichterbij dan we denken
Dit artikel bouwt voort op mijn rubriekĀ De Grote VerschuivingĀ in Pioniers MagazineĀ . In het eerste artikel introduceer ik de Theory of Coherent Emergenceā¢, de negen fasen en de vier tijdsdimensies. In het tweede onderzoek ik vanuit deze benadering de ontwikkeling van digitaal bewustzijn in Nederland. Elke keer onderzoek ik een ander thema om te laten zien hoever het staat met verschuivingen in onze maatschappij.


